Penninga’s molen

Penninga’s molen

Het meisje dat mijn overgrootmoeder werd stapte
van de trans op het schuddend latwerk van de wiek
– de molenaarsdoop – en draaide mee opzij en omhoog

tot boven de kap naar gansdragende luchtlagen
met uitzicht op zilveren vaarten en meren
en de grijze omlijsting van de zee.

Steeds zo klauterend dat haar hoofd boven bleef.
Zonnige dagen dat kinderen boven de dorpen
naar een staat van onbevreesdheid zweefden.

In de herfst verzamelden er zich de ooievaars
om de visa voor Afrika te verdelen. Vliegvaardige jongen
met geklepper beloond, stuntelaars door snavelslag gedood.

Vast prik tot de molen zelf haar veren verloor,
de roeden het hoofd niet boven hielden,
besneeuwde velden wachtten op de witte vlag.