Wolventeldag

Wolventeldag (Atlas, 2008)

Van der Hoek zegt iets universeel menselijks aan de hand van kleine dingen.
Hij doet dat in een taal die ogenschijnlijk bijna spreektaal is, maar bij nader inzien
zeer secuur en vormvast is gecomponeerd en danst op lichtvoetige ritmes.
(Peter van Vlerken in het Eindhovens Dagblad)

Door de actualiteit binnen te laten zijn de gedichten opeens maatschappijkritisch. (…)
Van der Hoek volgt de Italiaanse schrijver Italo Calvino die in
Zes memo’s voor het volgende millennium pleitte voor een literatuur die zich
kenmerkt door lichtheid, snelheid, exactheid, zichtbaarheid en veelvoudigheid.
(Adri Gorissen in De Limburger)

Heb ik, als genieter van dit intelligente, vreemdsoortige gebied, geen enkel punt van kritiek? Weinig, eigenlijk. (…). De dichter heeft me tot de laatste bladzij in de ban van zijn po√ęzie gehouden, en dat is iets waar weinig dichters in slagen.
(Frank Pollet in de Leeswolf)