Watermolens en waterlopen

Watermolens en waterlopen in Meerssen
Naar aanleiding van de tentoonstelling in de Papierfabriek te Weert-Meerssen is een wandeling uitgezet die u langs de Meerssense watermolens voert. Daarbij zullen we ook aandacht geven aan de waterlopen die deze watermolens aandreven. Want de Geul mag dan een natuurlijk riviertje zijn, er is ook heel veel aan ‘geknutseld’. Om watermolens te laten draaien zijn steeds zijtakken (molentakken) aangelegd en is vaak genoeg de loop van de hoofdgeul verlegd.
De wandeling geeft u een beeld van dit ingewikkelde waternetwerk in het benedenstroomse deel van het Geuldal. Ook zal het belang van de watermolens duidelijk worden: het waren de fabrieken van het tijdperk voor de stoommachine.
De wandeling is circa 6 kilometer lang en leidt langs verharde wegen en over enkele goed begaanbare paden.

Weert Papierfabriek
De eerste bewijzen van een watermolen nabij de Weerterhof dateren uit de veertiende eeuw. Door erosie en oorlogshandelingen (80-jarige oorlog) is er steeds sprake van verval of afbraak en nieuwbouw. Vanaf 1717 draaide op deze plaats een volmolen (wolbewerking); in 1834 verbouwde lakenfabrikant Hanckar deze tot een volmolen annex graanmolen. Kort nadien, in 1838, kochten
de ondernemers Tielens en Schrammen deze molen om een papierfabriek te beginnen.
Het was in die tijd vanzelfsprekend dat voor een dergelijk bedrijf omgekeken werd naar een watermolen: die leverde energie en bij de papierproductie is veel water nodig. Lang heeft de papierfabriek niet op waterkracht gedraaid. Zo’n tien jaar na de oprichting kwamen de eerste stoommachines, die krachtiger waren en betrouwbaarder. Wel bleef de fabriek water trekken uit en lozen op de Geul.
Er liep over het terrein een aparte molentak (aan de kant van de buurtschap Weert). Deze kwam uit ongeveer onder het witte bijgebouw aan de noordzijde van het fabriekscomplex. Rond 1990 is de Geul om het fabrieksterrein heen geleid en is de uitlaat – het laatste onderdeel van de molentak – verdwenen.
Van de oude situatie is verder weinig te herkennen. In 1914 heeft een ernstige brand het toenmalig bedrijfscomplex plat gelegd. Het genoemde witte gebouw aan de noordzijde is een van de oude restanten; de rest van het aanzicht van de fabriek dateert dus van na 1914.

Uit de fabriek komend gaan we links, via Weert, de Villa Tielens (achter de dijk rechts; dit was het woonhuis van Robert Tielens, eveneens verbonden aan de papierfabriek, maar vooral bekend als autocoureur) en Villa Klein Vaeshartelt (links) naar het zuiden. We negeren twee zijwegen (links de Oude Steeg en rechts de Boekenderweg) en gaan dan met de weg over een klein stroompje: het Gelei.

Gelei
Het Gelei is waarschijnlijk in de dertiende eeuw als een zijtak van de Geul gegraven om de kastelen Vaeshartelt en Meerssenhoven te voorzien van water voor de vijvers en grachten. Later werd ook de kruismolen (op de plek van de huidige Villa Kruisdonk) via het Gelei bediend. Vanuit het Gelei is in de landgoederenzone een netwerk van kleine waterloopjes ontstaan. Een deel van het water loopt naar Amby en stroomt vandaar via de Kanjel terug naar de Geul, vlak voor het punt waar deze in de Maas uitkomt. Een ander deel loopt weg langs de Beatrixhaven en het Julianakanaal en komt voor de duiker onder het kanaal weer in de Geul.

Doorlopend naar het zuiden zien we aan de rechterhand de ‘gracht’ van Vaeshartelt.

Vaeshartelt
Waarschijnlijk is er al in de vroege middeleeuwen een kasteel of versterkte hoeve op deze plek geweest. De naam dateert uit de 13-de eeuw en de huidige gebouwen uit de 18-de en 19-de eeuw. Tussen 1993 en 1995 is het gebouw gerenoveerd: de oudbouw is zorgvuldig hersteld en er is nieuwbouw met passende stijlkenmerken aan toegevoegd.
Vanaf 1850 was de buitenplaats in het bezit van Petrus Regout en diens familie. In die tijd waren de vijvers en watergang achter het kasteel voorzien van vele hoogopspuitende fonteinen – een feeëriek gezicht, minder aangenaam waarschijnlijk was het geluid van de stoommachines die deze fonteinen aandreven… Op het terrein is een wandeling uitgezet met veel informatie over de historie van kasteel en landgoed. Bij de overloop van de vijver (aan de andere kant bij het prieel) takt de waterloop af die water naar Kasteel Meerssenhoven voert.

We lopen door, langs de ingang van het landgoed, gaan met de weg mee naar links, over twee overwegen en komen bij de watergang langs Kruisdonk (aan de linkerhand).

Kruisdonk / Kruismolen
Kruisdonk is een landhuis, gebouwd door één van de zonen van Petrus Regout op het terrein van de vroegere Kruismolen, die eigendom was van de Proosdij Meerssen. Van de Kruismolen is weinig bekend. Het zal om een watermolen zijn gegaan die aangedreven werd door het water uit het Gelei dat in een bassin werd opgespaard (het debiet vanuit het Gelei was onvoldoende om een molen voltijds aan te drijven). Nu loopt het water vanuit de vijvers van Kruisdonk naar de watergang langs de weg, vandaar gaat het onder de Meerssenerweg door richting Amby. Daar vormt het samen, samen met het water uit de bronnen bij Amby, de Kanjel. Aan de Kanjel hebben (voor zover bekend) geen molens gestaan, maar het water is en wordt wel gebruikt om tal van landgoederen van water te voorzien (Huis Severen, Petit Suisse, Grande Suisse, de kastelen Jerusalem, Bethlehem en Borgharen).

U loopt door tot aan de Meerssenerweg, gaat daar links, onder de A2 door en gaat bij de rotonde rechtdoor de Klinkenberg op. Dan via de eerste zijstraat links (Kerkweg) over het spoor en dan naar rechts, langs het sportterrein tot u bij de IJzeren of Nieuwe molen komt – lokaal ook bekend al s de molen van Ernon (laatste molenaar).

IJzeren molen , afsplitsing Gelei
Oorspronkelijk was de molen een bezit van de Heren van Kasteel Vaeshartelt. Sinds 1381 rustte er een erfdienstbaarheid op, volgens welke de molen met een daarbij gelegen sluisje (via het Gelei) de gracht van het kasteel op peil moest houden. Bij de aanleg van de A2-snelweg zijn de molen en het kasteel van elkaar gescheiden. Het huidige molen gebouw dateert uit het einde van de 18-de eeuw en diende als oliemolen en korenmolen. Voor de Franse tijd waren de molens vaak bezit van adellijke families en waren boeren op basis van ‘heerlijke rechten’ gedwongen om gebruik te maken van een bepaalde molen. Zij moesten dan een deel van de opbrengst afstaan aan de eigenaar.

Bij de stuwkolk van deze molen wordt het Gelei afgetakt. Tot voor kort ging dit via een overkluizing onder de binnenplaats en de woongebouwen door, nu legt het Waterschap Roer en Overmaas een nieuwe uitstroomvoorziening aan. Het complex is onlangs gerestaureerd maar er is nog geen functie voor gevonden.

De IJzeren molen was één van de twee molens langs de meest zuidelijke tak van de Geul in Meerssen, het Geulke. De IJzeren molen kampte vaak met te weinig water en kon daarom niet altijd goed draaien. Dit brengt ons bij een bekende bron van conflicten aangaande watermolens. Molenaars wilden liefst zo hoog mogelijk stuwen, om meer water op te sparen om goed te kunnen doormalen. Daarover ontstond vaak genoeg ruzie met de grondeigenaren langs de bovenloop wegens vernatting van het land. In veel gevallen werd dan via de rechter beslist hoe hoog gestuwd mocht worden; er werd een peilsteen in de wand van de kolk geplaatst (maar die werd vaak genoeg weer hoger ingemetseld…). Molenaars hadden op hun beurt conflicten met grondbezitters en gemeenten aan het stroomafwaartse deel achter de molen: als deze de begroeiing langs de beek niet tijdig weghaalden stuwde dit het water op en dat leidde tot lager rendement van de molen.
Tot slot: deze watermolen is een zogenaamde onderslagmolen, het water loopt onder het rad door. In Geulle staat langs het spoor één van de in ons land zeldzame bovenslagmolens; hier wordt het water over het rad heen geleid.

We gaan terug via het spoor naar Rothem, nemen op de kleine rotonde achter de overweg de tweede weg links (Keizer Lothariusstraat), gaan aan het einde naar rechts (Aan de Gapert) en komen weer op de Klinkenberg. Hier naar links en na het passeren van het Geulke gaan we rechts, de Geuldalweg in. Na een bocht naar links gaan we rechtsaf, onder de A 79 door. Aan uw rechterhand is een oud hoevecomplex, met daarin de Oliemolen.

Oliemolen
De molen is oorspronkelijk gebouwd in de 18e eeuw. In deze molen heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog de Antwerpse schilder Jan van Puyenbroeck gewoond en gewerkt. Hij heeft een groep leerlingen onder wie Charles Eyck, Harry Koolen, Jos Tielens en Alphons Volders. Daarom wordt Jan van Puyenbroeck gezien als stichter van de Meerssense school. In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de molen ernstig beschadigd door brand. Dit is te begrijpen vanuit de functie van de molen: lijnzaad werd gemalen om de olie vrij te maken. Deze olie trok ook in de vloer en wanden en daardoor waren oliemolens nogal brandgevoelig. De Rothemse oliemolen werd gerestaureerd en tot woonhuis omgebouwd.

We gaan terug, onder de A 79 door en dan rechts, vervolgens nemen we de eerste landweg links. Deze brengt ons weer aan een tak van de Geul. Hier gaan we rechts, via een overlaat met trappetjes, naar het pad langs de Kleine Geul.

Kleine Geul
De buurtschap waar u nu bent heet ‘Tussen de Bruggen. Het ontleent deze naam aan het feit dat de Geul hier verdeeld is over drie takken. Zuidelijkste tak is het Geulke, deze wordt van de Geul afgeleid bij het Gemeentebroek, oostelijk van uitspanning de Nachtegaal. Via een schotbalkconstructie kan de afvoer gereguleerd worden.
De middelste tak is de Kleine Geul, die we nu gaan volgen. Deze bedient geen molens, maar voert het restdebiet van de Geul af en is dus te zien als de oorspronkelijk rivier (vaak met weinig water). De noordelijkste tak heet Geul of Oude Geul en bedient de Groote molen die we nog zullen tegenkomen. Volg het pad tot u bij een kleine stuw met stuwkolk komt. Hier wordt het water verdeeld over de Oude Geul en het Geulke.

U gaat verder over het pad langs de Geul en komt op de verharde weg (Veeweg), hier gaat u links en bij de volgende driesprong (bij de spoorwegovergang) naar links (Parallelweg). Als u Bibliotheek en schoolgebouw (Stella Maris) bent gepasseerd, komt u bij de Groote molen.
Groote molen
Koningin Gerberga schonk in 986 Meerssen aan de Benedictijner abdij te Reims. Tot de schenking behoorde ook een molen en mogelijk is dit de voorloper van de huidige Groote molen.
Ook deze molen was een zogenaamde banmolen: bewoners van Meerssen waren (voor de Franse tijd) verplicht hier hun graan te laten malen. In de documenten is sprake van twee functies: graanmolen en oliemolen. Het is mogelijk dat de oliemolen een aparte inrichting was aan de overzijde van de Geul (ter plekke van het mergelhuisje). Het huidige gebouw stamt uit 1778, maar is sindsdien vaak aangepast. Met name in 1918 heeft L. de Macker drastisch verbouwd (zie gevelsteen).
In 1931 zijn de raderen vervangen door een dubbele turbine (afhankelijk van het debiet en de behoefte draaide men met de kleine turbine, de grote turbine of allebei de turbines). In 1985 is de turbine omgebouwd tot waterkrachtcentrale.

Terug naar de Parallelweg, rechts (even terug) tot de eerste overweg; hier het spoor oversteken en dan direct naar links (trapje af) naar de Gansbaan. Volg de Gansbaan, ga in de bocht rechtdoor (langs de lagere school), tot u rechts het Proosdijpark in kunt. Loop door het park naar de uitgang nabij het Station / overweg. Bij deze uitgang ziet u aan uw rechterhand de in een aangelegde bak stromende Watervalderbeek.

Watervalderbeek en Pletsmolen
De Watervalderbeek komt vanaf Waterval en Ulestraten en wordt gevoed door de bronnen in de bossen van de Wijngaardsberg. De vijvers in het Proosdijpark worden door deze beek op peil gehouden. Ook deze kleine beek dreef een molen aan: de Pletsmolen. Deze was te vinden aan een zijstraat van de Humcoverstraat (nu geheten: ‘Aan de pletsmolen’); deze locatie is niet in onze route opgenomen.
Om voldoende debiet te hebben werd water opgevangen in een bassin voor de molen, dat in hoogte boven de Humcoverstraat lag. Meermalen is door overvloedige regelval dit bekken overstroomd en zelfs doorgebroken, met waterschade in het centrum van Meerssen als gevolg.
De Pletsmolen is in 1948 uit gebruik genomen en in 1955 gesloopt. Thans staat op de plek van de voormalige molen een appartementencomplex van Wonen Meerssen.

Ga nu rechtdoor, langs het station (Proost de Beaufortstraat) tot u bij de ingang komt van het Sportpark Marsana. Hier gaat u in (naar links dus), over het bruggetje naar de parkeerplaats en u houdt hier steeds zoveel mogelijk links aan tot u bij een pad komt dat langs een bossage naar de Kleine Geul loopt. U volgt dit pad tot u bij een brug over de Geul komt.

Samenstromen van de drie Geultakken

Door de weilanden tussen sportpark Marsana, spoorweg, provinciale weg en IJzeren molen stromen de drie Geultakken van Meerssen weer naar elkaar toe. Van het pad en de brug kunt u zien hoe eerst Oude Geul en Kleine Geul samenstromen, en dan het Geulke er bij komt (nadat uit deze laatste eerst weer het Gelei is afgetakt). De Geul stroomt nu verder en kwam in de oude situatie alweer vrij kort daarna de volgende molen tegen: de Volmolen, later Papiermolen, van Weert.
Als we de visuele barrières even wegdenken, dan valt het op hoeveel molens op korte afstand achter elkaar langs dit deel van de Geul staan (of hebben gestaan).
Daarmee is ook deze wandeling rond.

Om bij het beginpunt te komen loopt u naar de provinciale weg, gaat daar naar rechts, tot de eerst volgende rotonde. Dan links, u steekt de provinciale weg over en gaat onder de A2 en het spoor door, en dan rechtdoor over het wandel / fietspad het bedrijventerrein Weerterveld in. Op de weg rechts, dan naar links, dan weer rechts. U komt nu op de Fregatweg, gaat hier naar links en dan over de brug gelijk weer links langs de kapel van Weert naar Meerssen Papier.

Comments are closed.